Verpakkingen: een wereld in beweging

De verpakkingswereld blijft aan een razendsnel tempo evolueren. Dat was opnieuw erg duidelijk op Interpack Düsseldorf, ’s werelds grootste verpakkingsbeurs die in mei laatstleden doorging. Ecologie steekt met hoofd en schouders boven alle andere trends uit. Maar ook marketingopportuniteiten van verpakkingen is een hot item. 

President Trump mag dan wel het boegbeeld van de disbelievers zijn: in de geïndustrialiseerde landen staat milieuzorg hoog in de agenda. Het is een thema dat niet alleen de bedrijven, maar ook steeds meer consumenten erg ter harte ligt. Dat verpakkingen in dit kader onder vuur komen te liggen, mag geen verrassing zijn. Enerzijds zorgen ze voor een enorme afvalberg, anderzijds wordt in het geval van kunststoffen een groot deel nog van aardolie gemaakt. Helaas zijn ze een nood­zakelijk kwaad wegens onontbeerlijk voor tal van zaken. Ze beschermen de producten tegen breuk, gaan bederf tegen (en spelen in vele gevallen een cruciale rol in het verlengen van de houdbaarheid), zorgen voor een efficiëntere stapelbaarheid, hebben hun rol als verkoop- en marketingtool, ze informeren de gebruikers …

Vandaar dat er de laatste jaren gigantisch veel ontwikkelingen zijn gebeurd, met enorm goede resultaten. Alleen is de balans misschien wat te veel naar één kant overgeslagen. Prof. Dr. Ir. Peter Ragaert van Pack4Food legt uit: “Vandaag gaan er steeds meer stemmen op om het cradle-2-cradle principe op verpakkingen toe te passen. Met andere woorden: verpakkingsafval moet opnieuw grondstof worden door enerzijds recyclage en anderzijds meer biogebaseerde materialen. De belangrijkste initiator van deze trend is het rapport ‘The New Plastics Economy – Rethinking the Future of Plastics’ van de Alan Mc Arthur Foundation. Daarin worden drie grote barrières aangegeven die nog uit de weg moeten worden geruimd om tot C2C te kunnen komen. Een eerste is dat er wereldwijd nog altijd te weinig afval – en dus ook verpakkingen – wordt gerecycleerd. Ondanks het feit dat Europa, en vooral België, op dat vlak enorm goede resultaten kunnen voorleggen. Tweede punt is dat er ook nog te veel zwerfafval is. En het derde knelpunt is dat nog meer dan 98% van de plastics met aardolie wordt gemaakt.”

Zijn meerlagige verpakkingen altijd nodig?
Intussen heeft de Europese Commissie een verpakkingsamendement opgesteld om deze drie barrières te tackelen, wat op korte termijn in een effectieve regelgeving zal worden omgezet. Volgens Ragaert zal het echter niet evident zijn om aan deze richtlijnen te voldoen. “Op het vlak van recyclage is er het probleem dat veelal meerlagige verpakkingen worden toegepast”, vertelt hij. “Dit om verschillende functies te vervullen: de ene laag zorgt voor luchtdichtheid, de andere beschermt tegen vocht, nog een andere tegen licht … Precies dankzij de combinatie van al deze lagen is er een optimale bescherming van het product. Alleen zijn er nog geen technieken om alles opnieuw van elkaar te scheiden, waardoor dit soort verpakkingen niet kan worden gerecycleerd. Vandaar dat bedrijven, onderzoeksinstellingen en ook wij als Pack4Food bezig zijn met onderzoeken of zoveel lagen überhaupt wel altijd nodig zijn en of als recycleerbare materialen geen gelijkaardige bescherming kunnen bieden.

The sky is the limit
Om de afvalberg te verminderen, moeten er misschien ook gewoonweg minder verpakkingsmaterialen worden gebruikt. Zo kunnen lichtere verpakkingen, maar dan met verstevigingshoeken, een uitkomst bij transport bieden. Of bulkverpakkingen met een honinggraatstructuur die voor evenveel sterkte zorgen. “Zelfs het totaal vermijden van verpakking is soms een optie”, vertelt Ragaert. “Zo is er een waterproducent die de flessen niet meer met een krimpfolie bijeen houdt, maar ze met een klein druppeltje lijm aan elkaar vasthangt. Eigenlijk is the sky the limit. Het komt er alleen op aan de zaken op een andere manier te benaderen en de huidige verpakkingsoplossingen met een kritisch oog te bekijken. Toch wil ik opmerken dat de beveiliging van het product altijd prioriteit moet krijgen op ecologische overwegingen. Anders is het allemaal voor niks: het fabriceren van product heeft immers nog altijd meer impact op het milieu dan het produceren van verpakkingen. Dus als we minder (goede) verpakkingen gebruiken en dat leidt tot meer beschadiging en/of bederf, dan winnen we niks op ecologisch vlak, integendeel!”

Verpakkingen

Biogebaseerde verpakkingen stilaan in de lift
De tweede optie is natuurlijk om meer biogebaseerde verpakkingen te gebruiken. De laatste jaren werden enorme stappen vooruit gezet, waardoor er vandaag technisch gezien quasi geen barrières meer zijn om ze toe te passen. Ragaert: “Enerzijds zijn er de nieuwe types, gebaseerd op zetmeel, PLA, cellulose … Deze zijn vaak composteerbaar en ideaal voor verpakkingen waar nog veel productresten in achterblijven, zoals koffiecapsules. Andere toepassingen zijn bestek, bekertjes, bordjes … maar ook groenteverpakkingen en zelfs verpakkingen voor droge voeding zoals koffie en ontbijtgranen. Nadeel is dat deze materialen een specifieke afstemming van de verpakkingsmachines vragen en ook nog erg duur zijn. Vandaar dat hun marktaandeel nog altijd minder dan 1% bedraagt. Anderzijds is er de categorie van klassieke kunststoffen, zoals PP, PET en PE, die echter geen aardolie maar een biologisch alternatief als grondstof hebben. Deze materialen zijn niet composteerbaar, maar hebben als voordeel dat er geen aanpassingen aan de verpakkingsmachines zijn vereist. Het zijn vooral deze types die momenteel in de lift zitten, vooral omdat enkele multinationals – Coca Cola, Tetra Pak … – op deze materialen zijn overgeschakeld. En daar profiteren de kleinere spelers van: hoe groter het volume, hoe lager de prijs. Alhoewel ze toch nog altijd duurder zijn dan conventionele verpakkingsmaterialen.”

Individuele verpakkingen hebben voordelen
Op het eerste zicht een contradictio in terminis: er is ook een trend naar meer individuele verpakkingen. Ragaert: “De consumenten klagen daar wel eens over: ze vinden het een evolutie die de afvalberg alleen maar doet toenemen. De realiteit is echter veel minder zwart/wit. Inderdaad, er is meer verpakking. Alleen hebben meerdere studies uitgewezen dat individuele verpakkingen tot minder productverlies leiden, zeker bij levensmiddelen. En zoals al eerder aangegeven: de impact van de fabricatie op het milieu is veel groter dan deze die met de productie van die extra verpakkingen gepaard gaat. Om een voorbeeld te geven. Je kiest beter voor twee porties van 200 g sneetjes ham dan één verpakking met 400 g. Zeker als je niet van plan bent om alles meteen op te eten. Want 1/3 van het laatste sneetje weggooien van dat grote pak, heeft meer milieu-impact dan de extra verpakkingsmaterialen!”

Nog grotere rol als marketing- en verkooptool
Ten slotte nog dit: het personaliseren van verpakkingen zit in de lift als marketing- en verkoopstools. In dit kader zijn er trouwens nog heel wat andere perspectieven, vooral dankzij de vooruitgang van de mini-elektronica. Ragaert legt uit: “Allerhande chips en sensoren kunnen de consument informeren, bijvoorbeeld over de authenticiteit van het product, de ingrediënten, de houdbaarheid … Nu al zijn er drankenproducenten die een chip in de dop van de fles steken. De consument maakt contact via zijn telefoon, logt in en krijgt bevestiging dat de drank wel degelijk bij deze producent is gemaakt. De producent krijgt op zijn beurt informatie over waar en wanneer de drank werd gedronken. En natuurlijk zijn er tal van mogelijkheden om dit alles aan promotionele acties te koppelen. Het is vandaag zelfs al mogelijk om chips te drukken, wat de kostprijs enorm drukt. Dus is dit zeker iets dat in de nabije toekomst verder zal worden geëxploiteerd.”

Tekst en beeld: Els Jonckheere